De hoogste delen van de Ardennen bevinden zich aan de grenzen met Duitsland (Hautes Fagnes, onderdeel van een grensoverschrijdend natuurpark met bijzonder hoogveen) en met Luxemburg waar het Plateau Ardennais ligt.

Het Plateau Condrusien tussen Luik en Philippeville is alweer een stuk lager. Veel landschapsvormen kunnen uitstekend via de rivierdalen worden verkend zoals de Amblève met kuurbossen rond Spa en Francorchamps en prachtige watervallen (Coo).

De Ourthe is grilliger van karakter, een echte Ardense rivier met een stroomgebied vol grotten (Hotton). Grotten die u ook aantreft bij de Lesse en Lomme waar vooral de vermaarde grotten van Han, onderdeel van het Nationaal Park Lesse en Lomme, groot publiek aantrekken. Bij het bezoek hoort een ondergrondse boottocht.

Een vrij onbekende streek met rotsgebieden en eigenzinnige kloofjes is de Botte du Hainaut, zuidelijk van Charleroi. En waar de Belgische Ardennen plaats gaan maken voor de Franse ligt de Pays de Gaume met bijzonder mooi woud bij Anlier, Chiny en Florenville.

De Ardennen hebben vooral in het politieke vestzakje gezeten van het prinsbisdom Luik en behoren culureel tot Wallonië, het Franstalige België (hoewel het Waals als taal toch heel anders ‘klinkt’ dan het Frans). De Ardennen hebben een agrarische traditie die goed tot uiting komt in de bekende abdij van Orval waar zelf gemaakte kaas en bier wachten.

De steden zijn, op Luik na, niet groot maar soms zeer attractief zoals het kleine Durbuy of de citadelsteden van Dinant en Namen. Ook de dorpen zijn soms heel aantrekkelijk en dat geldt helemaal voor Chassepierre in de Pays de Gaume. Het cultuurgoed is oud, getuige de vele dolmens en menhirs rond Wéris, de middeleeuwse burcht van Godfried van Bouillon (in Bouillon) en het vele dat is opgeslagen in de musea van Luik. Naast een industriëel gezicht toont Luik in de Cité ook een appetijtelijker kant. Bovendien is Luik hét uitgaanshart van de noordelijke Ardennen.